Insectenhotel als vakkenkast

Kastje met zes vakken voor wilde bijen en andere insecten, voor aan de muur of schutting. Twee vakken hebben nestblokken van hardhout met blinde gaten van 3 tot 8 mm, de andere vul je met riet, bamboe en leem. Een schuin dak houdt de regen eruit.

Kies een onderdeel in het model. Je ziet dan de tekening met de maten.

Afmetingen (b × d × h)
460 × 221,8 × 483,6 mm
Materiaal
Vuren, Eiken
Onderdelen
24
Moeilijkheid
Gemiddeld

Heb je al een account? Start deze bouwset. Met een account krijg je ook de bouw-PDF.

Eigen ontwerp van 3Dmaatje.

Op jouw maat

Dit bouwplan op jouw maat?

Met je eigen AI pas je de maten en het hout aan. De rekenmotor rekent alles opnieuw uit.

Hoe dat gaat, lees je bij Hoe het werkt. Liever niet zelf ontwerpen? Dan kun je je idee laten uitwerken.

Zelf bouwen

Zaaglijst
Zaaglijst van Insectenhotel als vakkenkast, maten in mm
OnderdeelAantalLengte (mm)Breedte (mm)Dikte (mm)Materiaal
Zijkant1462,714018Vuren
Zijkant1462,714018Vuren
Achterplank2462,714018Vuren
Middelste achterplank1462,714018Vuren
Bodem138414018Vuren
Bovenplank138414018Vuren
Tussenschot140214018Vuren
Legplankje418314018Vuren
Voorste dakplank146014018Vuren
Achterste dakplank14608218Vuren
Nestblok 3 mm217814019Eiken
Nestblok 4 mm217814019Eiken
Nestblok 5 mm217814019Eiken
Nestblok 6 mm217814019Eiken
Nestblok 8 mm217814019Eiken

Inkooplijst

  • 1 × Vuren plank 18 x 140 mm, 3000 mm lang
  • 1 × Vuren plank 18 x 140 mm, 2700 mm lang
  • 1 × Eiken plank 19 x 145 mm, 2500 mm lang
Bouwstappen
  1. Op de afkortzaag. Controleer voor het zagen of de plank vastligt tegen de aanslag. Zaag van de plank van 3000 mm eerst een paar millimeter af, zodat het eind haaks is. Zet de zaag op 10 graden en zaag de eerste zijkant af. De lange kant is 463 mm. Zet de zaag terug op 0 graden. Meet 463 mm vanaf de lange punt van de schuine kant en zaag de tweede zijkant af. Zaag daarna drie achterplanken van 463 mm en de bodem van 384 mm.

    Machine: afkortzaag

  2. Op de afkortzaag. Doe dezelfde controle als bij stap 1. Zaag uit de plank van 2700 mm de bovenplank van 384 mm, het tussenschot van 402 mm, vier legplankjes van 183 mm en twee dakplanken van 460 mm. Zet de korte delen met een klem vast tijdens het zagen. Schrijf op elk deel met potlood wat het is.

    Machine: afkortzaag

  3. Op de tafelzaag. Zet de langsgeleider op 82 mm en zaag één dakplank in de lengte op 82 mm breed. Gebruik een duwstok voor het laatste stuk. Dit wordt de achterste dakplank.

    Machine: tafelzaag

  4. Op de tafelzaag. Rip de eiken plank van 19 x 145 mm op 140 mm breed, met de langsgeleider op 140 mm en een duwstok voor het laatste stuk. Zaag daarna op de afkortzaag tien nestblokken van 178 mm. Ze zijn 5 mm korter dan het vak, zodat ze er makkelijk in passen. Leg de vijf blokken voor één vak op elkaar en meet de stapel. Hij is 95 mm hoog en het vak is 122 mm hoog, dus er blijft 27 mm ruimte over. Is de stapel hoger dan 118 mm, omdat je plank dikker is dan 19 mm, schuur of schaaf dan het brede ondervlak (178 x 140 mm) van elk blok dunner, vóór je gaat boren. Meet daarna de werkelijke dikte van elk blok en teken het hart voor de gaten daarop af. Schrijf op elk blok welke gatmaat het krijgt: twee blokken voor elke maat van 3, 4, 5, 6 en 8 mm.

    Machine: tafelzaag en afkortzaag

  5. Op de kolomboor. Zet een nestblok rechtop in een klem, met een lange smalle kant van 19 mm boven. Dat is de voorkant. Teken een lijn precies in het midden van de smalle kant. Zet daarop de kruisjes, op het hart van de werkelijke dikte. Voor 3 en 4 mm: 9 gaten om de 18 mm, het eerste op 18,5 mm van het eind. Voor 5 en 6 mm: 7 gaten om de 24 mm, het eerste op 18,5 mm. Voor 8 mm: 6 gaten om de 28 mm, het eerste op 20,5 mm. Zet de diepteaanslag: 50 mm voor 3 mm, 60 mm voor 4 en 8 mm, en 70 mm voor 5 en 6 mm. Voor een gat van 70 mm in één keer heb je een kolomboor met minstens 70 mm slag nodig en een boor die minstens 70 mm diep kan boren. Heeft je kolomboor minder slag, boor dan eerst zo diep als het gaat, zet de tafel hoger en boor in hetzelfde gat verder tot de diepteaanslag. Gebruik een scherpe houtboor, want een stompe boor rafelt de wand van de gang. Boor langzaam en recht, zodat de boor niet naar de zijkant van het blok loopt. Boor niet door: het blok is 140 mm diep, dus de achterkant blijft dicht. Trek de boor tussendoor een paar keer terug om het boorsel eruit te halen.

    Machine: kolomboor

  6. Met schuurpapier en een pijpenrager. Schuur de voorkant van elk nestblok glad met korrel 120 en blaas het boorsel uit de gaten. Schuur de wand van elke gang door er een rolletje schuurpapier korrel 180 in te draaien, of brand de gang licht glad met een warme metalen staaf van dezelfde dikte. Controleer elke gang daarna met een pijpenrager of een stukje riet: blijft hij haken, dan is de gang ruw. Schuur de gang opnieuw. Blijft hij haken, keur het blok dan af en maak een nieuw blok. Rafels en splinters beschadigen de vleugels van de bijen. Schuur ook de randen van het dak en de kast.

  7. Met de accuboormachine. Leg de bodem op de tafel. Zet de linker zijkant ertegen, gelijk met de onderkant, voor en achter. De korte kant van de schuine bovenkant zit aan de voorkant. Teken op de buitenkant van de zijkant kruisjes op 9 mm boven de onderrand, op 20 mm van de voorkant en 20 mm van de achterkant. Boor met 3 mm voor en draai 2 RVS-schroeven van 4 x 50 mm vast. Zet de rechter zijkant op dezelfde manier vast.

    Machine: accuboormachine

  8. Met de accuboormachine. Zet het tussenschot rechtop in het midden van de bodem. Leg de bovenplank erop, tussen de zijkanten, met de bovenkant gelijk met de voorste punt van de zijkanten. Teken op de buitenkant van elke zijkant kruisjes op 9 mm onder de bovenrand van de bovenplank, op 60 en 100 mm van de achterkant. Zo komen de schroeven tussen de schroeven van het dak door, minstens 13 mm hart op hart ervan af. Boor met 3 mm voor en draai 4 RVS-schroeven van 4 x 50 mm vast. Draai daarna door de bodem en door de bovenplank in het midden 4 schroeven in het tussenschot, op 20 mm van voor en achter.

    Machine: accuboormachine

  9. Met de accuboormachine. Schuif de vier legplankjes tussen de zijkant en het tussenschot. Hun bovenkant ligt op 158 en 298 mm boven de onderkant van de kast. Zo worden alle vakken 122 mm hoog. Teken op de buitenkant van de zijkant kruisjes op 9 mm onder de bovenkant van elk plankje, 20 mm van voor en achter. Boor met 3 mm voor en draai 8 RVS-schroeven van 4 x 50 mm vast.

    Machine: accuboormachine

  10. Op de kolomboor. Boor in de middelste achterplank twee ophanggaten van 8 mm door, op 388 mm van de onderkant en 40 mm links en rechts van het midden. Ze komen uit in de twee bovenste vakken.

    Machine: kolomboor

  11. Met de accuboormachine. Leg de kast op de voorkant. Leg de drie achterplanken op de achterkant, naast elkaar en gelijk met de onderkant. De middelste plank met de ophanggaten ligt in het midden. Boor overal met 3 mm voor en draai RVS-schroeven van 4 x 50 mm vast. In de linker en rechter achterplank: 2 schroeven in de zijkant, op 40 en 390 mm van de onderkant en 9 mm van de buitenrand, en 1 schroef in elke liggende plank erachter, steeds 80 mm van de buitenrand en midden op de dikte van die plank. In de middelste achterplank: 2 schroeven onderin en 2 bovenin, 60 mm links en rechts van het midden, en 2 in het staande schot op 70 en 360 mm van de onderkant.

    Machine: accuboormachine

  12. Met de accuboormachine. Zet de kast rechtop. Leg in het middelste vak links vijf nestblokken op elkaar, met de gaten naar voren: van onder naar boven 3, 4, 5, 6 en 8 mm. Leg in het onderste vak rechts de andere vijf, van onder naar boven 8, 6, 5, 4 en 3 mm. Duw ze tegen de achterwand en tegen de zijkant. Aan de kant van het tussenschot blijft 5 mm ruimte. Boven de stapel blijft 27 mm ruimte. Boor met 3 mm voor en draai in elk blok één RVS-schroef van 4 x 50 mm door de middelste achterplank, 40 mm naast het midden en midden op de hoogte van het blok. Zo kun je een blok later losdraaien en vervangen.

    Machine: accuboormachine

  13. Met de accuboormachine. Leg de achterste dakplank van 82 mm op de schuine bovenkant van de zijkanten, gelijk met de achterkant van de achterplanken. Leg de voorste dakplank ertegen. Hij steekt ongeveer 6 cm voor de kast uit. Beide steken 20 mm opzij uit. Teken op elke dakplank kruisjes op 29 mm van beide uiteinden, zodat de schroef midden in de zijkant komt. Bij de achterste plank op 40 en 70 mm van de achterrand, bij de voorste op 20 en 60 mm van de achterrand. Boor met 3 mm voor en draai 8 RVS-schroeven van 4 x 50 mm vast.

    Machine: accuboormachine

  14. Leg het dakleer over het dak en vouw het aan de voorkant, de zijkanten en de achterkant om. Achter blijft tussen dak en achterplanken een kiertje van 3 mm, dat het dakleer zo afdekt. Zet het vast met dakleernagels aan de zijkanten, niet bovenop. Zo loopt er geen water door de naad tussen de twee dakplanken.

  15. Vul de vakken zonder nestblokken. Links onder: riet of holle stengels van 130 mm, met de open kant naar voren. Rechts in het midden: riet in verschillende maten. Links boven: bamboestokjes. Rechts boven: leem met wat zand, stevig aangedrukt. Prik in het leem gaatjes van 6 tot 8 mm, ongeveer 50 mm diep. Vul de bovenste twee vakken pas nadat het hotel hangt, want de ophanggaten zitten daar.

  16. Ophangen. Kies een zonnige plek op het zuiden of zuidoosten, uit de wind en op 1 tot 1,5 meter hoogte. Gebruik twee RVS-schroeven met een sluitring door de ophanggaten in de bovenste vakken. In een stenen muur zet je eerst pluggen. Hang het hotel vóór april op, dan is het klaar voor het voorjaar.

Aannames
  • De kast is gemaakt voor vuren van 18 x 140 mm. De nestblokken zijn van eiken van 19 x 140 mm (uit een plank van 19 x 145 mm uit de bouwmarkt). Een andere maat verandert de vakken en de nestblokken.
  • Elk vak is 183 mm breed, 122 mm hoog en 140 mm diep. De nestblokken zijn 178 mm lang, zodat er 5 mm speling is naast het tussenschot. In de hoogte is er ook ruimte: vijf blokken van 19 mm zijn samen 95 mm in een vak van 122 mm. Meet de stapel voor de montage. Is hij hoger dan 118 mm, maak de blokken dan eerst dunner op het brede ondervlak.
  • De gaten volgen de regels voor wilde bijen: 3 tot 8 mm doorsnede, recht en glad, niet doorgeboord en in het zijhout. Ze zijn 50 tot 70 mm diep. Een gat van 9 mm is vervallen, want het plan heeft vijf blokken per vak. Voor 70 mm in één keer heb je een kolomboor met minstens 70 mm slag nodig. Natuurorganisaties adviseren soms gangen tot 100 mm. Dit plan kiest kortere gangen, omdat een lange dunne boor in een blok van 19 mm makkelijk uit het midden loopt. Achter elk gat blijft minstens 70 mm hout dicht.
  • Tussen de gaten blijft minstens 14 mm hout. Een gat van 8 mm midden in een blok van 19 mm laat aan boven- en onderkant 5,5 mm over. Daarom is dat gat maar 60 mm diep: dan loopt de boor minder ver uit het midden en breekt hij niet door naar de zijkant.
  • De rekenmotor heeft de gaten van 3 tot 8 mm zonder waarschuwing doorgerekend. Hij rekent niet met de gladheid van de gang; die controleer je zelf (stap 6).
  • Het dak helt 10 graden naar voren en steekt 6 cm voor en 2 cm opzij uit. De achterste dakplank is in de lengte gezaagd, zodat het dak precies tot de achterkant komt en plat tegen de muur kan.
  • De schroeven van de bodem, de bovenplank, de legplankjes en het dak gaan in kopshout. Dat houdt minder dan langshout, maar de achterplanken houden de kast in vorm.
  • De nestblokken zijn van eiken, want Nederland Zoemt en de Nationale Bijentelling adviseren hardhout: vuren rafelt sneller in de gangen en dat beschadigt de vleugels. De eiken plank van 19 x 145 mm is te koop bij de bouwmarkt en staat met die maat in de catalogus van de rekenmotor, zodat model en inkooplijst gelijk zijn. Beuken van dezelfde maat is een goed alternatief. Vuren is niet gelijkwaardig. Maak je de blokken toch van vuren, boor dan extra langzaam, controleer elke gang en keur elk blok met rafels af. De rest van de kast is wel van vuren.
  • Het hout is onbehandeld. Insecten blijven weg van verf, beits en geïmpregneerd hout.
  • De afbeeldingen zijn gemaakt uit het 3D-model.

Let op

  • Draag bij het zagen en boren een veiligheidsbril. Draag bij de kolomboor geen handschoenen en bind lang haar vast. Klem kleine delen vast, niet met de hand.
  • Rippen op de tafelzaag doet iemand die dat kan. Gebruik een duwstok en houd je handen ver van het zaagblad.
  • Boor niet door de nestblokken heen. Een gang die aan twee kanten open is, gebruiken bijen niet, en sluipwespen komen er makkelijker in.
  • Meerdere kleine insectenhotels zijn beter dan één groot. In een groot hotel verspreiden ziektes en parasieten zich sneller. Wil je meer ruimte, hang er dan een tweede op een andere plek.
  • Vervang de nestblokken na een paar jaar of als ze schimmelen. Gooi een bezet blok niet weg. Een gang die met leem, blad of hars is dichtgemaakt, is bezet: daarin overwintert de volgende generatie, die pas in het voorjaar uitvliegt. Haal een bezet blok in de winter uit het vak door de schroef in de achterplank los te draaien. Zet het buiten op een droge plek vlak bij het hotel, met de gaten naar de zon, bijvoorbeeld in een open kistje onder een afdakje. Zet een nieuw blok in het vak. Laat het oude blok staan tot het eind van de zomer. Pas als alle gangen open en leeg zijn, gooi je het weg.
  • Hang het hotel stevig op, met twee schroeven. Een gevulde kast met leem weegt ongeveer 15 kg.
  • Hardhout is hard voor de boor. Gebruik een scherpe boor, klem het blok vast en trek de boor vaak terug, anders wordt hij heet en brandt de gang.

3Dmaatje berekent geen sterkte of draagvermogen. Controleer de maten en de constructie zelf voordat je gaat zagen.